Utrecht - Nieuwegracht 89 e.v. - Sionskameren
2011.0410b

Vervolg brief d.d. 10-04-2011 van Chr. A. van Deventer aan college van B&W (....zeer gewenst)

 

Het ritme van de voorgevelindeling lijkt mij overeen te komen met de oorspronkelijke.

Dit is het meest gepland voor de zuidgevel van het noordelijke rijtje huisjes; ook de dakkapellen corresponderen hier met het oude ritme.

Geheel anders is dat aan de gevel van het zuidelijke rijtje. Hier is het oorspronkelijke ritme geheel verlaten, hetgeen te betreuren is.

Vooral de schijnbaar willekeurige plaatsing van de vier in plaats van 3 oorspronkelijke dakkapellen acht ik storend.

Maar ook de gevel indeling vertoont een sterke afwijking van die aan de noordelijke zijde. Opvallend hierbij is de geplande gevelopening aan de oostkant van de gevel. Moet ik uit de tekening opmaken dat het de bedoeling is dat auto’s via het pand aan de A.B.C.-straat in het meest oostelijke gedeelte van dit zuidelijke huisjesrijtje kunnen komen en ook in de hof/tuin?

Ik vind dit een niet juiste bestemming van dit huisjesgedeelte. Ook de herindeling van de afmetingen van dit huisjesrijtje vind ik minder gelukkig.

Ik begrijp dat de gerestaureerde huisjes grotendeels als atelier gebruikt gaan worden. Dat verklaart wellicht het toepassen van grote lengtegerichte lichttoevoeren in de gevels en ook de dakramen voor extra lichtinval. Echt gelukkig ben ik hier niet mee, maar heb er wel begrip voor. Goed vind ik dat bovendorpels van deuropeningen, kozijnen en moderne ramen op een en dezelfde lijn liggen.

Minder instemmend ben ik met de materiaaltoepassing in de gevels tussen de gevelopeningen.

Het verdient aanbeveling hiervoor baksteen van dezelfde soort te gebruiken als de orginele  stenen. Mocht in de toekomst ooit de gevel in orginele staat teruggebracht willen worden, dan behoeft dat minder ingrijpend te gebeuren. Maar belangrijker is ook dat het totaal aanzicht van de gevels dan beter aansluit bij de orginele (1960) staat en aanzicht van de cameren. We hebben het in dit bouwplan toch over een restauratie en niet over een nieuw ingevulde gevel met totaal afwijkende, niet bij het monument passende, materialen.

Hoewel er in 2005 een bouwhistorische opname is gemaakt is het aan te bevelen om in deze planvorming zonodig aanvullend archeologisch en bouwhistorisch onderzoek te doen. Dit geldt zeker voor de niveaus en aard van de eerdere vloeren.

Prijzenswaardig is te noemen dat ook de hof is de planvorming is meegenomen.

De tekening geeft enige indruk van de inrichting van de tuin, die wel overeenkomst laat zien met de situatie van 1960.

Het is interessant te weten of de hof een semiopenbare functie krijgt en of het resterende deel van de oorspronkelijke hof en de toegangsgang vanaf de Nieuwe gracht een relatie heeft of krijgt met het plangebied.

 

Blijft dat ondanks mijn wellicht kritische kanttekeningen bij dit bouwplan, ik het verheugend vind dat er een opdrachtgever voornemens is dit vervallen historische hofje op te knappen, er een goed bestemming aan te geven en een Utrechts monument te behouden.

 

Ik zie met belangstelling uw reactie tegemoet.

Met vriendelijke groet,

 

 

 

Chr. A. van Deventer

Zeemanlaan 9, 3572ZC Utrecht.